Al jaren betogen de aanhangers van het klassieke Marxisme-Leninisme dat de “linkse” identiteitspolitiek, doorgaans gelabeld onder termen als “woke”1 en “intersectioneel”, onverenigbaar is, sterker nog, absoluut contrair is aan oprechte communistische, socialistische, linkse, of überhaupt klassengebaseerde politiek. Onlangs werd deze stelling min of meer herhaald door communistisch journalist Bob Scholte - bekend van zijn eigen platform Left Laser - in een podcast met woke NPO-journalist Tim Hofman. Dit gesprek was niet de eerste keer dat Scholte kritiek op woke uit, maar wel de eerste keer dat hij dit met zo’n groot platform doet, en dan in gesprek met een van de boegbeelden van woke, nota bene. Dit werd gevolgd door een vergelijkbaar gesprek tussen Tim Hofman en Sylvana Simons. Het gevolg is een oplaaiende discussie over het spanningsveld tussen woke en links. Deze discussie lijkt te culmineren in een publieke discussie tussen Bob Scholte en voormalig BIJ1-boegbeeld Sylvana Simons.
Het feit dat deze discussie nu wordt gevoerd is een goede ontwikkeling - het is een gelegenheid voor “linkse” politiek (in de klassieke zin van de term) om de ziekte die ons politieke lichaam heeft geïnfecteerd eindelijk uit te roeien. Helaas wordt deze discussie overwegend gevoerd op basis van instincten in plaats van op grondige materialistische argumenten. De terechte, instinctieve afkeer van woke blijft doorgaans hangen bij argumenten dat identiteitspolitiek geen effectieve manier is om een politieke coalitie van de werkende klassen te bouwen. Deze kritiek is terecht, maar wel oppervlakkig en nodeloos defensief. Woke is namelijk niet enkel ‘niet tactisch’, maar het is fundamenteel contrair aan het Marxisme.
Het liberale karakter van Woke
De tegenstelling tussen Marxisme en woke begint al bij de filosofische grondslag. Marxisme is geworteld in het materialisme - analyse gebaseerd op materiële factoren - als expliciete verwerping van idealisme - analyse gebaseerd op ideeën in de hoofden van de subjecten van de analyse. Hiermee brak het Marxisme met de burgerlijke, liberale vormen van politiek, dus het Marxisme moet ook worden begrepen als een verwerping van, als tegengesteld aan deze politiek. Het Marxisme wordt dus gekenmerkt door materiële analyse en klassenanalyse, terwijl liberalisme wordt gekenmerkt door ideële analyse en het analyseren van de samenleving door de lens van het individu.
Woke is de logische exponent van de liberale politiek. Zoals zojuist genoemd, neemt het liberalisme het individu als elementair component van maatschappelijke analyse en politiek (als het om rechten gaat: individuele vrijheden; als het om de economie gaat: individuele verantwoordelijkheid; als het om cultuur gaat: individuele expressie en identiteit). De stapeling van identiteiten die in het intersectionele wereldbeeld plaatsvindt onder het mom van “complementaire onderdrukking” en “unieke beleving” is niets minder dan de uitvoering van de individualiserende discipline van het kapitaal. Vanuit Marxistisch perspectief is dit een zeer onwenselijke tendens. Door de afbraak van alle sociale collectieven wordt het organiseren van tegenmacht tegen de discipline van het kapitaal onmogelijk - een vakbond kan eisen stellen aan een werkgever, een individu kan enkel proberen beloond te worden voor dienstbaarheid.
Identiteitspolitiek
Recentelijk heeft Sylvana Simons herhaaldelijk beweerd dat “alle politiek” “identiteitspolitiek” is, en dat klasse “ook een politieke identiteit” is. Hiermee stelt ze klasse gelijk aan bijvoorbeeld geaardheid, geslacht, afkomst, etc., maar hiermee wordt een belangrijk kwalitatief onderscheid onder het tapijt geveegd. Klasse gaat namelijk over de rol die men speelt in het productieve proces, de andere zaken niet. Het feit dat woke hiermee dus geen kwalitatief onderscheid maakt, getuigt dus van het contrast tussen de materialistische en idealistische beschouwing. Marxisme neemt klasse als uitgangspunt omdat het Marxisme draait om het rationaliseren van productie om deze te organiseren in dienst van de materiële behoefte, terwijl woke enkel op zoek is naar “oneerlijkheden” die moeten worden rechtgezet - de essentie van de burgerlijk liberale politiek die al sinds de negentiende eeuw bestaat, maar fundamenteel failliet is omdat ze zich enkel richt op onwenselijke uitkomsten van het economische systeem - dakloosheid, alcoholisme, ongeletterdheid, etc. - niet het herinrichten hiervan om de drijvende kracht die tot deze uitkomsten leidt op te lossen.
Armoede
Het mantra van woke onder de noemer “intersectioneel denken” luidt dus dat vormen van onderdrukking zoals klasse en huidskleur gestapeld kunnen zijn, en ook een onderling verband hebben. "Armoede heeft een kleur" is bijvoorbeeld een van de favoriete slogans van het Simons-kamp. Toegegeven, mensen van kleur zijn disproportioneel arm. Dus? Als de armoede proportioneel langs kleur was verdeeld, was er niks aan de hand? Het lijkt me niet dat het streven is om de werkende bevolking “poor, but proportionally poor” te maken. Het argument luidt dan dat er niet alleen een correlatie is tussen kleur en klasse, maar ook een verband. Met enkel de materiële lens zou je het fenomeen dus niet kunnen verklaren, noch oplossen.
Deze redenering houdt geen stand. Waarom zijn ze immers arm? Vanwege hun kleur, of vanwege hun positie in de samenleving? Woke zou zeggen dat die positie wordt versterkt door kleur en institutioneel racisme, maar in werkelijkheid gaat het om economische kwetsbaarheid. Neem de VS. Nu zijn miljoenen gastarbeiders latino's. Honderd jaar geleden waren de armsten - buiten de zwarte gemeenschap om - Ieren, Polen en Italianen die als gastarbeiders kwamen, met een zeer vergelijkbare positie in de samenleving als Turken in de jaren ‘70 in Nederland of Latino's in de VS nu. Het kapitalisme importeert graag reservelegers van goedkope arbeid om de lonen te ondermijnen, en hierdoor erven de nakomelingen van deze migranten een benadeelde economische positie, welke kleur van de regenboog ze ook hebben. Deze verklaring kan uiteraard weer niet door de beugel bij woke, omdat dit zogenaamd “migranten demoniseert”.
Seks
Om de een of andere reden - vermoedelijk het kleinburgerlijke klassenkarakter - heeft woke ook een sterke obsessie met seks. Simons schreef op oneworld.nl dat “arbeiders” ook bijvoorbeeld “queer” kunnen zijn. Het aandeel mensen voor wie dit geldt is zo minuscuul, dat het meer zegt over het referentiekader van Simons dan over de maatschappelijke verhoudingen waar ze een argument over formuleert. Dit vormt ook een van de grondslagen van de aanval van woke op anti-imperialistische staten. “Als er maatschappelijke en culturele vooruitgang wordt gerealiseerd in deze staten, waarom is er dan geen Pride-parade in Moskou, Beijing of Teheran?" “Waarom bestaat er zo’n conservatieve huwelijksmoraal in deze landen?”, et cetera.
Deze kritiek veronderstelt een objectieve correctheid of wenselijkheid van de liberale seksuele moraal tegenover de traditionele seksuele moraal. Niet heel postmodern… Wel blijkt hieruit dat de individuele, persoonlijke vrijheid als dé maatstaf van maatschappelijke progressie wordt genomen, maar dat is wederom een manifestatie van liberalisme. Natuurlijk is er legitieme kritiek te uiten op bepaalde elementen van de traditionele familiemoraal en seksuele moraal, maar dat betekent niet dat de vergaande seksualisering en pornografisering van vrouwen in Westerse cultuur als vrouwenemancipatie te beschouwen is, integendeel. De invalshoek die woke hierin naar voren brengt is niet anders te omschrijven als Westers cultuursuprematistisch.
Daarbij is de alomaanwezigheid van seks in de cultuur zeer nuttig voor het kapitalisme, dat hier gretig gebruik van maakt in de reclame-industrie om consumptiegedrag te stimuleren, om nog niet te spreken van de miljarden die omgaan in de porno-industrie en de toenemende mate waarin in de met name Amerikaanse filmindustrie de artistiek innoverende benadering van cinema wordt vervangen door vulgair sex-appeal.
Het pro-imperialistische karakter van Woke
Dan is er ook een cruciaal verschil tussen de twee wereldbeelden wat betreft de essentie van politieke strijd. Woke gaat over onderdrukking, Marxisme niet. Marxisme gaat om klassenstrijd. Renegaten die proberen deze twee wereldbeelden te verenigen zullen hier betogen dat er klassenstrijd is omdat de arbeidersklasse onderdrukt wordt door het kapitalisme. Los van het feit dat dit een nogal archaïsche voorstelling van de zaak is, is het ook niet per se relevant. Woke kiest incidenteel (vooral symbolisch) de kant van de arbeidersklasse omdat ze onderdrukt is. Het Marxisme kiest de kant van de arbeidersklasse omdat dit de klasse is die de welvaart creëert en dus de basis van het rationaliseren van productie vormt.
Als de arbeidersklasse heersend is en contrarevolutionaire klassen onderdrukt worden, pleit Marxisme voor voortgezette steun van de revolutionaire arbeidersklasse, maar woke pleit voor steun aan de contrarevolutionairen - zij zijn immers onderdrukt! Dit is niet alleen hypothetisch het geval, maar ook in de praktijk. Woke stromingen kiezen al jaren de kant van pro-imperialistische, contrarevolutionaire tendensen in revolutionaire en anti-imperialistische staten als Iran, Venezuela, Rusland, Belarus, etc., alles onder het mom van “persoonlijke vrijheid” en “individuele rechten” in strijd tegen “dictatoriale regimes”, uiteindelijk bewust of onbewust in dienst van het imperialisme van het Atlantische financiële kapitaal dat deze landen aan zich poogt te onderwerpen.
Het Marxistische uitgangspunt dat klassenstrijd de essentie van politieke strijd is, behoeft enige toelichting. De essentie van klassenstrijd draait om de vraag in dienst van het belang van welke klasse de economie is georganiseerd. Het woke kamp zal dan zeggen het daarmee eens te zijn, maar is dat echt zo? Woke verzet zich (retorisch) tegen het kapitalisme omdat het als “oneerlijk” en “ongelijk” wordt beschouwd (idealisme). De Marxistische kritiek van het kapitalisme is van een ander karakter; de Marxistische kritiek is dat het kapitalisme intrinsieke economische logica heeft die de materiële groei en ontwikkeling van de productiemiddelen verhindert (materialisme). Hiervoor moet productie genationaliseerd worden ten behoeve van materiële behoefte, wat de kapitalistische klassen nooit zullen realiseren omdat dit ingaat tegen hun klassebelangen. Daarvoor zal het financiële kapitaal als heersende klasse moeten worden vervangen door (een coalitie van) de werkende klasse(n), om de productiemiddelen te kunnen vergroten, levensstandaarden daarmee verhogen en zo de omstandigheden scheppen voor de vooruitgang van de mensheid; dit is klassenstrijd; dit is voor Marxisten de betekenis van de vraag in dienst van welk klassebelang de staat functioneert. Simpel gezegd is de woke kritiek op kapitalisme dat het niet eerlijk is, en de Marxistische kritiek dat het niet werkt.
Repressie en contrarevolutie
Niet “eerlijkheid”, maar de inrichting van het productieve proces is dus de essentie van klassenstrijd. Men kan ervan uitgaan dat een maatschappij waarin de werkende klassen tot heersend zijn verheven in Nederland (of waar dan ook) niet van de ene op de andere dag "oneerlijkheid" en “onderdrukking” hebben "afgeschaft". Sterker nog, in een poging de omwenteling terug te draaien zal het financiële kapitaal gebruik maken van gemarginaliseerde groepen om sociale spanningen te exploiteren, waar dan een tegenreactie op komt door de revolutionaire staat om contrarevolutie te voorkomen. Besef dus dat meerdere van de problemen die woke belangrijk vindt in de directe nasleep van een omwenteling groter, niet kleiner zullen worden.
Dit is wederom niet theoretisch. In anti-imperialistische staten als Iran, Rusland, China, Ba’ath-Syrië, etc., wordt door het imperialisme gebruikgemaakt van elementen in etnische minderheden als de Koerden, Oeigoeren, Tsjetsjenen, “vrouwenrechtenbewegingen”, etc. om de voetsoldaten van het imperialisme te zijn. Het gevolg is dan uiteraard dat de maatschappelijke ruimte voor deze groepen sterk wordt ingeperkt, waarbij dan beschuldigend naar de zichzelf verdedigende staat wordt gewezen. Een anti-imperialistische omwenteling in Nederland zou een gelijkaardige reactie ontvangen.
Desondanks is het behoud van het revolutionaire regime noodzakelijk voor het opbouwen van de materiële basis die vervolgens maatschappelijke vooruitgang mogelijk maakt, maar dat neemt niet weg dat de directe strijd tegen de contrarevolutie dergelijke tragische dimensies zal aannemen die zonder context simpelweg als “repressie van een repressief regime” geframed zullen worden. Kiest woke dan de kant van het revolutionaire regime, of van de gemarginaliseerde gemeenschappen die onvermijdelijk met toegenomen repressie te maken zullen krijgen? We weten natuurlijk wel wat het antwoord op deze vraag is, daarvoor hebben we voldoende voorbeelden uit de geopolitiek.
Revolutie en Emancipatie
Dat het de materiële basis is die in deze dynamiek uiteindelijk ook gemarginaliseerde groepen vooruit helpt, blijkt eveneens uit de empirie. Door het verschaffen van gelijke rechten in werkgelegenheid en onderwijs, hebben revolutionaire staten als de Sovjet-Unie, Cuba en China vrouwen de economische zelfstandigheid en daarmee de materiële basis voor zelf-emancipatie gebouwd, met het hoogste tempo van vrouwenemancipatie waar dan ook ter wereld als gevolg. Datzelfde geldt voor de bescherming van nationale minderheden, die in deze landen disproportionele investeringen in infrastructuur, onderwijs, industrialisering, modernisering van woningbouw en werkgelegenheid hebben ontvangen. Contrasteer dat met Nederlandse vrouwen die angstwekkend recent nog moesten stoppen met werken om te trouwen en minderheden in Nederland die tot op heden disproportioneel worden weggestopt in wijken waar onderinvestering in veiligheid, kansen, kwaliteit van woningbouw, etc. is. De reële emanciperende werking van revolutionaire regimes wordt duidelijk waarneembaar wanneer door deze lens beschouwd. Woke zal echter eerder alleen stellen dat “er in de verschillende systemen verschillende vormen van onderdrukking bestaan.”
Imperialisme en de Arbeidersklasse
Woke dient tegelijkertijd ook het imperialisme door hoog en laag te beweren dat “de Nederlandse arbeidersklasse van het imperialisme profiteert.” De argumentatie daarvoor bestaat uit het feit dat de levensstandaard in Nederland hoger is dan in Afrika. Zonder uitgebreid op de details in te gaan, staan we stil bij het feit dat moderne infrastructuur, woningbouw en consumentenelektronica ook buiten de imperialistische wereld bestaan, dat het feit dat men in Afrika doorgaans een groter slachtoffer van het imperialisme is niet betekent dat de Westerse arbeider automatisch winnaar van het imperialisme is, en dat de hogere lonen in Westerse landen in de context van hogere financiële lasten moet worden gezien. Het is het Atlantische financiële kapitaal dat profiteert van het imperialisme, niet de Westerse arbeidersklasse. Door te beweren dat de Westerse arbeider in zijn levensstandaard afhankelijk is van het imperialisme van het financiële kapitaal, mobiliseert woke de westerse arbeidersklasse om het financiële kapitaal en het imperialisme te steunen. Niet bepaald de missie van Marxisten.
Woke is dus zowel in theorie als in de praktijk de ideologie en het politieke gereedschap van het financiële kapitaal en het imperialisme. Mogelijk kunnen we het zelfs beschouwen als de meest geavanceerde vorm hiervan, omdat het het kapitalisme dient met de taal van antikapitalisme; omdat het het imperialisme dient met de taal van anti-imperialisme.